1 op de 10 jonge moeders heeft last van een postnatale depressie. Die komt dan in plaats van het geluksgevoel, waarmee gewoonlijk de geboorte van een nieuw wezentje gepaard gaat. Sinds ongeveer 10 jaar openen zich volledig nieuwe perspectieven met betrekking tot dit probleem.
In bijvoorbeeld Amerika, Frankrijk of Duitsland ligt de dagelijkse consumptie van de belangrijkste voedingsmiddelen voor de hersenen, de essentiële vetzuren, de zogenaamde 'Omega- 3-vetzuren', bijzonder laag.
Deze vetzuren die het lichaam zelf niet kan aanmaken, zijn zo belangrijk voor de opbouw en het evenwicht van de hersenen, dat de foetus ze bij voorrang via de placenta opneemt. Daarom dalen de reserves van de moeder, die toch al gering zijn in onze westerse maatchappij, op een dramatische manier in de loop van de laatste weken van de zwangerschap.
Na de geboorte worden de Omega-3-vetzuren nog steeds via de moedermelk, waarvan ze een van de belangrijkste bestanddelen vormen, als eerste aan de baby doorgeven. Dit vergroot het tekort bij de moeder nog meer.
Als een tweede geboorte vlak na de eerste komt en als intussen de voeding arm is gebleven aan vis, schaal- en schelpdieren, de voornaamste bron van die vetzuren, is het verlies aan Omega-3-vetzuren na de tweede zwangerschap zodanig dat het risico van een depressie voor de moeder erg groot wordt.
De hersenen maken deel uit van het lichaam. Net als de cellen van alle andere organen vernieuwen de hersencellen voortdurend. De cellen van morgen worden dus gemaakt met wat we vandaag eten. De hersenen bestaan voor tweederde uit vetzuren. Dit zijn de basisbestanddelen van het membraan, het omhulsel, van de zenuwcellen.
Via dit membraan heeft alle communicatie plaats tussen alle zenuwcellen in alle gebieden van de hersenen en van het lichaam. Wat we eten wordt rechtstreeks opgenomen in die membranen en vormt er de basis van.
Als we vooral 'verzadigde' vetten eten, die bij kamertemperatuur, net als boter of dierlijk vet, een vaste consistentie hebben, dan weerspiegelt hun stijfheid zich in de stijfheid van de hersencellen.
Als we daarin tegen vooral 'meervoudig onverzadigde' vetzuren eten, die vloeibaar zijn bij kamertemperatuur, dan is het omhulsel van de hersencellen zachter en soepeler en de communicatie ertussen stabieler.
Vooral als het Omega-3-vetzuren betreft.
De gevolgen voor het gedrag zijn heel duidelijk. Wanneer men de Omega-3-vetzuren wegneemt uit de voeding van ratten waarmee proeven gedaan worden, verandert hun gedrag in een paar weken volledig: ze worden angstig, leren geen nieuwe taken meer en raken in paniek in stress situaties (bijvoorbeeld als ze uit een bassin moeten ontsnappen en daarvoor het reddingsplateau moeten vinden). Maar wat misschien nog veel ernstiger is; voeding die arm is aan Omega-3 vermindert het ervaren aan plezier!
Diezelfde knaagdieren hebben veel grotere doses morfine nodig voordat hun belangstelling is gewekt, terwijl die drug hét symbool is van ogedwongen plezier.
Als we er zeker van willen zijn dat we een voldoende hoeveelheid Omega-3 van de beste kwaliteit en zuiverheid binnen krijgen, is het in de praktijk vaak handiger om deze in te nemen in de vorm van voedingssupplementen.
Uit de bestaande onderzoeken blijkt dat men om een antidepressieve werking te krijgen, per dag tussen de twee en drie gram van een mengsel van de beide visvetzuren eicosapentaeen-zuur (EPA) en docosahexaeenzuur (DHA) zou moeten consumeren.
Bron: Uw brein als medicijn, Dr. David-Schreiber |